m

m1. Lokaas testen...

m2. Het extraatje...

.:: MAART : APRIL : MEI : JUNI : JULI ::.

.:: AUGUSTUS : SEPTEMBER : OKTOBER : NOVEMBER : DECEMBER .::

Als ik mijn seizoen bekijk, dan mag ik tot hiertoe zeker niet mopperen.

Natuurlijk ook een aantal wedstrijden die ik graag zo vlug mogelijk vergeet... maar eerst wil ik er wel het nodige uit leren. En geloof me, men leert meer
uit een wedstrijd waar men geconfronteerd wordt met een moeilijke visserij, dan uit een wedstrijd waar alles loopt als een trein. Het mooiste is als men van een zogezegd slechte plaats toch een "goede" plaats heeft kunnen maken.



Het hoogstpersoonlijke extraatje...
Als men als hengelaar geen extraatje in het lokaas kan verwerken,
dan is het zo precies of er ontbreekt “iets”.
Wel, de ervaring leert dat zoet en vismeel perfect samengaan.
Hoe dikwijls is het al niet gebeurd dat je “iets goeds” had en plotseling is het in die vorm niet meer te koop.
Ik wil het hier toch nog maar eens herhalen... ik kan natuurlijk totaal verkeerd zijn, maar zaken in een lokaas verwerken die met absolute precisie moeten afgewogen worden of waar enkele druppels teveel funest kunnen zijn... gebruik ik nooit. Ik ben ooit "zo zot" geweest, maar heb in de praktijk ondervonden dat dergelijke zaken meer vissers dan vis vangen... let wel als het over lokaas gaat. Flavours in boilies verwerken, dat is een totaal ander geveven.
Daarom brouw ik mijn hoogstpersoonlijk extraatje zelf…
In een afsluitbare bokaal doe ik een bodempje, vier centimeter dik,
witte (bruin mag ook), harde blokjes kandijsuiker.
Vervolgens giet ik op de kandijsuiker een brouwsel van 200 ml water,
100 ml alcohol van 94 graden en 100 ml vloeibare rietsuiker. Op deze hoeveelheid (400 ml) doen we tien druppels bergamotolie (bergamottae aetheroleum - verkrijgbaar bij de apotheker).
Dit mengsel laten we een week staan en dan is het klaar voor gebruik.
Stel dat je 1 liter water nodig hebt om uw lokaas te bevochtigen, dan wordt dat 800 ml water + 200 ml van dit zoete, welriekende brouwsel.
Vooraleer we ons brouwsel bij het water te voegen, moeten we het wel eerst goed omroeren.
Het grote voordeel, je hebt de uiteindelijke dosering zowel van het brouwsel als van het gebruik voor het volle honderd procent zelf in handen… je valt in principe nooit zonder uw hoogstpersoonlijke zoetmaker (alle ingrediënten zijn in de supermarkt te vinden).

Wat wil je nog meer… goed vis vangen zeg je… wie wil dat niet…

Mijn persoonlijke zoetmaker: harde kandijsuiker in een mengsel van vloeibare rietsuiker, alcohol en essentiële olie van Bergamot... een ideale combinatie met vismeel.
Geloof me of geloof me niet, in de Supermarkt is heel wat te vinden om uw lokaas een extraatje mee te geven!
GO TO TOP
Dit is de complete inhoud van de maand mei...
De hoogstpersoonlijke zoetmaker kan natuurlijk aan uw eigen smaak aangepast worden...
Bergamot (Citrus bergamia, ook wel Citrus aurantium subsp. bergamia) is een kleine, peervormige en zure citrusvrucht, die groeit aan een boom die ca. 4 meter hoog kan worden.De vrucht wordt gekweekt in zuidelijk Italië en is de smaakmaker die gebruikt wordt in Earl Grey thee.
Bergamotolie wordt uit de schil van de onrijpe vrucht gewonnen.
De naam is afkomstig van de plaats Bergamo in Italië. Op basis van genetisch onderzoek uit 2000 denkt men, dat de Bergamot een kruising is tussen Citrus limetta (een soort citroen) en Citrus aurantium (een zure sinaasappel). Onbekend is of het een spontane, natuurlijke kruising betreft. Citrus aurantium komt van oorsprong voor in zuidelijk Vietnam.
De etherische olie die uit de bergamot wordt gewonnen is erg belangrijk voor de parfumindustrie, veel parfums bevatten deze olie. Het is een hoofdbestanddeel van eau de cologne en Fougère parfums.
BERGAMOT
essentiële
olie (vlugolie).

Te koop bij
de apotheker.

Bergamot wordt gebruikt bij de productie van
"Earl Grey" thee.
En geloof het,
of geloof het niet, ik drink graag een tasje Earl Gray...
en dat is de reden waarom ik mijn hoogstpersoonlijke
zoetmaker van een vleugje Bergamot heb voorzien.
Dus niet omwille van allerlei wetenschappelijke beweringen... nee,
gewoon omdat Bergamot voor mij een aangename geur heeft!

Is er iets spectaculairders dan een vis van formaat die
de hengel krom zet en na een fikse strijd in uw
landingsnet te kennen geeft dat gij de strijd hebt
gewonnen. Elk onderdeel van het gebruikte materiaal moet wel honderd procent op mekaar afgestemd zijn en geschikt om weerwerk te bieden aan de kanjer aan de andere kant van de lijn.
Welke eigenschappen moet een goede witvis-flavour
in zich verenigen?
Er zijn drie factoren waaraan een goede witvisflavour moet voldoen.

1. Onmiddellijke aantrekkingskracht.
Als we een flavour gebruiken die makkelijk in het water oplosbaar is,
dan hebben we reeds voor een groot deel voor die onmiddellijke aantrekkingskracht gezorgd. De vis krijgt via de flavour een signaal dat er op onze stek voedsel aanwezig is. In feite zou je dit een beetje kunnen vergelijken met het "frituur"-fenomeen. Je hebt totaal geen honger, je komt voorbij een frituur, je snuift die geuren op en je krijgt het water in je mond. We mogen hierbij niet vergeten dat de reuk- en smaakzin bij vissen bijzonder sterk ontwikkeld is.

2. Blijvende aantrekkingskracht.
De gebruikte flavour moet in de totaliteit van het lokaas aanwezig zijn zodat er op de stek een constant signaal van de flavour aanwezig is. Nadat het instinct van de vis, die in de omgeving van de stek rondzwemt, door de onmiddellijke aantrekkingskracht van de flavour op scherp werd gezet (het is een utopie te denken dat wij door het gebruik van een flavour de vis van de andere kant van de vijver naar onze stek zullen lokken) zal de blijvende aantrekkingskracht er voor zorgen dat de vis daadwerkelijk op de stek komt azen en naar het aangeboden aas zal zoeken.

3. De beetfactor
Door er dus voor te zorgen dat er op de stek voldoende lekkers ligt (maden, casters, maïs, pellets...) zullen we ervoor zorgen dat de vis op de stek blijft en daar constant naar voedsel blijft zoeken, ze azen op de stek, worden niet verzadigd omdat wij de hoeveelheid lekkers binnen de perken houden... wij moeten er gewoon voor zorgen dat het aas op de haak het meest aantrekkelijke stukje lekkers is dat op de stek te vinden is.

Echte kampioenen praten nooit over mirakeloplossingen, wel over het vertrouwen in hun kunde, hun ervaring, hun aas, hun lokaas, hun materiaal, hun techniek. Wedstrijdvissers die week in week uit blijven zoeken naar het magische poeder of flesje zullen tijdens die zoektocht altijd een aantal essentiële zaken uit het oog verliezen en het zijn juist die zaken die nodig zijn om beter te zijn dan de anderen.
Bovendien missen ze het rotsvaste vertrouwen vermits ze denken dat iemand anders die beter vist “iets” heeft wat zij niet hebben.Hier moeten we onszelf de vraag stellen: “waar liggen mijn grenzen en wat wil ik op termijn bereiken?” Voor heel wat wedstrijdvissers lijkt dit waarschijnlijk een belachelijke vraag.
Wat extra uitleg is hier zeker nodig al vind ik het niet makkelijk om hetgeen ik naar voor wil schuiven in woorden om te zetten... toch een poging!
Na elk seizoen wedstrijdvissen krijg ik toch altijd weer het gevoel dat er tijdens wedstrijden door tal van deelnemers wel “veel” aan de waterkant wordt gezeten wordt, maar dat er in feite “weinig” wordt gevist. We kennen hengelaars die vijf jaar geleden op hun clubwater geen potten wisten te breken en ze doen dat nu nog altijd niet. Op vijf jaar tijd moet
ge een clubwater als uw broekzak kennen en moet ge weten hoe ge er op die stek of op die stek vis moet vangen!

Kijk, ge zult het mij nooit horen ontkennen, maar er zijn nu eenmaal vissers die het gewoon in het bloed en in hun vingers hebben.
Een eigenschap die zo’n beetje te beschouwen is als een aangeboren talent... dat heb je of dat heb je niet!

Ik speel guitar, bezit een Stratocaster en Fender TwinReverb versterker en de nodige effectpedalen... ik ben een fervente fan van de muziek van de jaren '50 en '60 maar ik zal nooit het niveau bereiken van een Hank B. Marvin, sologitarist van de legendarische Shadows... en dat is ook mijn ambitie niet!
Daarbij komt de factor ervaring.
In geen geval te onderschatten.
Als ge week in, week uit op hetzelfde water vist, dan is de kans vrij groot dat ge ter plaatse iemand bent die zich regelmatig in de prijzen vist...
wat in geen geval wil zeggen dat ge overal uw plan kunt trekken.
Wil men ervaring opdoen, ervaring die nodig is om een evenwichtige techniek te kunnen ontwikkelen, dan moet
ge vissen op de meest uiteenlopende waters... waters die fysisch totaal van mekaar verschillen en die zeker niet stuk voor stuk met dezelfde techniek aangepakt kunnen worden.
Ieder viswater verandert in de loop van het seizoen. In het voorseizoen,
in het seizoen en in het naseizoen moet er anders gevist worden. Indien ge op voorhand weet hoe ge op dat moment moet vissen, dan hebt ge dat toch weeral voor op de concurrentie.
Ik kan niet gaan vissen of mijn spulletjes moeten in orde zijn.
Mijn viskist moet op orde liggen en de rest van mijn materiaal heeft allemaal een vaste plaats. Als is mijn materiaal uitleen en ik krijg mijn foedraal terug, steek ik alles terug mooi op orde, anders ben ik al een deel van mijn vertrouwen kwijt.
Uw materiaal moet tot in de puntjes in orde zijn en ge moet aan de waterkant alles bij de hand hebben om op een situatie te kunnen inspelen.
Het kan goed zijn dat ik honderd
kant-en-klare lijnen in mijn viskist hebt steken en dat ik aan de waterkant toch nog de “juiste” lijn in mekaar moet knutselen.
Het heeft geen zin de hele dag met een niet aangepaste lijn te vissen en
u heel de dag te ergeren in de plaats van vis te vangen.